Muziekschool in Marokko

Ter inspiratie een artikel uit de Volkskrant. Daarin kun je lezen hoe door muzieklessen de kinderen en jongeren in een Marokkaans woestijndorp elkaar vinden en zich ontwikkelen. Door Dion Mebius Fotografie en video César Dezfuli

(…) Het zijn ruige omstandigheden voor kinderen om in op te groeien. Om het dorp voor hen leefbaar – en de Saharaanse cultuur levend – te houden, richtte Sbai in 2016 zijn muziekschool op. ‘Ik wilde niet dat ze op straat gingen hangen. Hasjiesj en sigaretten roken, alcohol drinken.’

Sindsdien huist Joudour Sahara, zoals de school heet (joudour betekent ‘wortels’ in het Arabisch), op de bovenverdieping van het vroegere postkantoor van de oase. Ieder weekend krijgen lokale jongeren hier les van professionele muziekleraren. Sbai werkt samen met Playing for Change, een Amerikaanse ngo die onder meer de instrumenten betaalt. Ook een Nederlands goed doel, Sahara Roots, steunt de inspanningen van Sbai financieel.

Muziek heeft altijd een centrale plek gehad in de cultuur van de woestijn, vertelt hij. Van zijn schouders tot zijn enkels is hij gehuld in een witte, met borduursels versierde kandora. ‘In de nomadentent hadden we niets anders. ’s Avonds trommelden we in het pikkedonker op lege jerrycans.’

Sinds de oprichting heeft Joudour Sahara meer dan honderd leerlingen uit M’Hamid en de directe omgeving verwelkomd. Zij krijgen les in meerdere traditionele muziekstijlen. Zoals die van de Gnawa, de zwarte Marokkanen wier voorouders als slaven naar dit noordwesten van Afrika werden verhandeld.

Maar de stijl die het meest aanslaat onder de jongeren is de modernere woestijnblues. Die ontstond in de jaren tachtig onder Toeareg-vluchtelingen, die waren verdreven uit het Malinese deel van de Sahara. Velen trokken naar Libië. Daar gingen jonge Toeareg-mannen massaal in op een uitnodiging van dictator Moammar Kadhafi voor een militair trainingskamp.

Een paar van deze mannen hingen naast een kalasjnikov ook een elektrische gitaar om en traden op in het kamp. Ze gaven hun band de naam Tinariwen. De leden zetten de hypnotiserende woestijnmelodieën om in gitaarriffs en zongen over vrijheid en verzet.

Vier decennia later is hun muziek in de hele Sahara een bron van inspiratie. De woestijnblues perfect ten uitvoer brengen is alleen zo makkelijk nog niet. In het oude postkantoor in M’Hamid laat leraar Rachid Berazougui (38), die met geklap en vrolijk armzwaaien de maat aangeeft, zijn leerlingen opnieuw beginnen als ze niet strak genoeg spelen. ‘Laat eerst de gitaren in het ritme komen’, instrueert Berazougui. ‘Daarna komt de percussie in.’

Hoewel vanavond alleen jongens meedoen, zijn bij de lessen die de meer traditionele muziek behandelen vaak ook meiden aanwezig, zegt Sbai. Hun ouders overtuigen kostte hem wel meer energie. ‘Meisjes die samen spelen met jongens: dat werd toch gezien als iets wat schande bracht.’

Drummer Ali Migafar (19) steelt deze les de show. Met zijn kortgeknipte krullen, hippe bril met grote ronde glazen en een doorzichtig montuur, en soepele polsbewegingen, bezit hij de flair van een potentiële rockster.

‘Dit is de cultuur van de generaties voor ons, gespeeld met moderne instrumenten’, zegt Migafar. Als jochie was hij al veel met muziek bezig; van lege dozen en dierenhuiden maakte hij zijn eigen trommels. Nu leeft hij zich ieder weekend uit bij Joudour Sahara. ‘Ik heb hier echt m’n plek gevonden.’

Lees het hele artikel hieronder: